Arbeidsrechten

Onafhankelijke controle is noodzakelijk om leefbaar loon, toepassing van akkoorden en vakbondsvrijheid en toepassing van collectieve onderhandelingen te kunnen garanderen. Kledingbedrijven staan vaak nog weigerachtig tegenover onafhankelijke controle en voeren controles liever zelf uit. Volgens Schone Kleren Campagne is onafhankelijke controle nochtans onontbeerlijk om tot schone kleren te kunnen komen.

Voor controle bestaan er verschillende systemen: multi-stakeholderinitiatieven (MSI’s) en businessinitiatieven, die alleen uitgaan van bedrijven zelf, zonder betrokkenheid van vakbonden. In de loop van de voorbije jaren zijn verscheidene multi- stakeholderinitiatieven voor controle opgericht. Multi-stakeholder omdat ze bedrijven, vakbonden en ngo’s laten samenwerken op verschillende niveaus in de organisatie. Ze worden ook gekenmerkt door een systematische benadering van de gedragscodes, hun toepassing, de interne controle (of ‘monitoring’) en verificatie ervan en door het feit dat ze samenwerking tussen hun leden bevorderen. Die MSI’s gaan met de bedrijven die er lid van zijn, een contract aan om verdere stappen te zetten rond toepassing en controle. Daarom bieden ze de bedrijven die op dit vlak slechts weinig ervaring of interne capaciteit hebben, de nodige steun. De bekendste Europese MSI’s zijn de Fair Wear Foundation (FWF) en Ethical Trading Initiative (ETI). 

Fair Wear Foundation

De Fair Wear Foundation (FWF) is een multi-stakeholdeinitiatief voor de onafhankelijke controle van de arbeidsomstandigheden voor de kledingindustrie. FWF is in 1999 in Nederland opgericht, in het kielzog van één van de pilootprojecten voor verificatie die door de internationale Schone Kleren Campagne zijn uitgevoerd. FWF wordt door de internationale Schone Kleren Campagne gezien als het meest vooruitstrevende initiatief op het gebied van het verbeteren van arbeidsrechten in de kledingindustrie. Bedrijven, werkgeversfederaties, vakbonden en ngo’s werken hierin samen. De bedrijven die er lid van worden, ondertekenen de gedragscode van de FWF voor de confectie-industrie. Ze engageren zich ertoe de code toe te passen, de fabrieken die voor hen produceren, te controleren en er de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Bedrijven aangesloten bij FWF erkennen dat ze mee verantwoordelijk zijn voor de werkomstandigheden bij hun leveranciers (incl. onder- en onder-onderaannemers). De gedragscode van FWF bevat de belangrijkste normen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), inclusief het uitbetalen van een leefbaar loon. Alle partijen streven naar eerlijke omstandigheden in de hele productieketen.

Elk jaar moeten de leden een rapport en een werkplan opstellen. Aan de ene kant controleert de FWF het beleidssysteem dat uitgevoerd wordt door het bedrijf dat lid is. Aan de andere kant verifieert het de arbeidsomstandigheden in de fabrieken. Om dat te doen, vormt de FWF in de productielanden lokale teams van auditors om arbeiders en werkgevers te interviewen en de fabrieken te inspecteren. Lokale vakbonden worden betrokken bij controles en het uitvoeren van verbeteringen in fabrieken. Daarnaast kunnen arbeiders ook altijd zelf een klacht indienen. FWF gaat er vanuit dat arbeiders zelf het beste weten wat er in hun fabriek speelt. Bedrijven worden begeleid om stapsgewijs richting ‘schone kleren’ te gaan.

FWF stelt voor de bedrijven die lid zijn ook een stappenplan op naar de uitbetaling van een leefbaar loon. Voor elk land waar FWF actief is, werd een ‘wage ladder’ opgemaakt: een vergelijking tussen de wettelijke minimumlonen, de armoedegrens, het industriële gemiddelde en het leefbaar loon. Kledingbedrijven kunnen deze informatie gebruiken om de lonen die in hun productiefabrieken betaald worden te vergelijken. Ligt het loon te laag, dan zal er een verbeterplan worden opgesteld. Samenwerking met vakbonden en andere kledingbedrijven die kledij laten produceren in dezelfde fabriek is daarbij essentieel.

Ondertussen zijn meer dan 90 bedrijven lid van FWF; zij vertegenwoordigen 120 merken, verkocht in meer dan 20.000 winkels in meer dan 80 landen. Voor België zijn dat ACP, Mayerline, Stanley & Stella en B&C Cotton Group.

www.fairwear.org

Ethical Trading Initiative

Het Ethical Trading Initiative (ETI) is in 1998 opgericht. Het is van Britse oorsprong en staat ter beschikking van kleding-, voedings- en tuinbouwbedrijven. Het gaat om een alliantie tussen bedrijven, ngo’s en vakbonden met als doel de arbeidsomstandigheden en de toepassing van de gedragscodes te verbeteren in de toeleveringsketens van bedrijven uit verschillende commerciële sectoren. ETI bevordert de samenwerking onder zijn leden op basis van experimentele projecten en door de aandacht te vestigen op goede praktijken en die te delen. De bedrijven die lid willen worden, moeten de gedragscode van ETI aanvaarden en jaarlijks een rapport op de toepassing ervan voorleggen. Indien een deelnemend bedrijf niet aan de vereisten voldoet, dan moet het binnen een bepaalde termijn een onderhandeld verbeterwerkplan ten uitvoer brengen. Indien het bedrijf daar niet aan voldoet, wordt het verzocht ETI te verlaten.

ETI vraagt z’n leden om een leefbaar loon uit te betalen, maar heeft tot nog toe geen echt beleid om aangesloten bedrijven hierin te ondersteunen d.m.v. standaarden of gezamenlijke projecten. Dat neemt niet weg dat een aantal leden – zoals C&A - wel interessante proefprojecten hebben rond leefbaar loon.

www.ethicaltrade.org

 

staking_in_de_kledingindustrie_1.jpg

skc01