Schone kleren?

rode duivels

De supporterstruitjes voor vrijwel alle teams die meedoen aan het WK worden in Bangladesh geproduceerd. Ook die van de Rode Duivels. De extra productie zou voor Bangladesh een waarde van 500 miljoen tot 1 miljard dollar bedragen. Adidas, Puma en de industriële elite in Bangladesh verdienen miljoenen aan uw shirt, terwijl de makers ervan aan een hongerloon moeten werken. De internationale kledingbedrijven zijn daar mee verantwoordelijk voor. 

Mooi zult u denken, zo’n straatarm land kan een economische boost goed gebruiken. De bevolking kan er alleen maar wel bij varen. De realiteit is anders: het minimumloon van de kledingarbeidsters bedraagt amper 50 euro per maand, of de prijs van een goedkoop WK-shirt. En dat is ook in Bangladesh veel te weinig: gemakkelijk de helft van het loon gaat naar de huur van niet veel meer dan een krot. Schokkend, voor een sector die alleen al in Europa 34 miljard euro waard is. Ongeveer 1% van de winkelprijs van een T-shirt gaat naar de stiksters die het in elkaar gezet heeft. Van een verdubbeling van haar loon zult u, als consument, nauwelijks iets merken.

Werkdagen van 15 uur per dag zijn geen uitzondering. Wanneer levertermijnen krap zijn -  en dat is nu zeker het geval – gaat zelfs de enige wekelijkse rustdag eraan. Zelfs al zou het Bengaalse elftal meedoen aan het WK, de textielarbeidsters zouden toch niet de tijd hebben om te kijken.

De lage lonen en onmenselijk lange werkdagen zijn het gevolg van de druk van de internationale kledingbedrijven op de productiefabrieken om tegen steeds lagere prijzen en aan krappe deadlines hun bestellingen af te werken. De kledingmerken spelen de bal graag door naar de overheid, die maar voor hogere wettelijke minimumlonen moet zorgen. De overheid negeert de eisen van de lokale vakbonden en zwicht voor de druk van de kledingmerken om het loon vooral laag te houden.  

Betekent dat dat u als supporter geen truitje meer mag kopen van Witsel, Lukaku of Kompany made in Bangladesh?

Nee, helemaal niet. Daarvoor is de kledingindustrie te belangrijk voor het land. Van de totale exportwaarde bestaat 80 procent uit kleding en textiel. De sector biedt meer dan 4 miljoen mensen werk.

Maar het wordt wel hoogdringend tijd dat de kledingarbeidsters een leefbaar loon verdienen. Na de instorting van het Rana Plaza complex op 24 april vorig jaar waarbij 1138 mensen omkwamen, namen de internationale kledingbedrijven eindelijk hun verantwoordelijkheid om voor veilige fabrieken te zorgen. Het is tijd dat ze dat ook voor de lonen doen. Dan pas is het WK ook voor de kledingarbeidsters een feest.

 

 

skc01